Belgen spreken een ander Nederlands dan Nederlanders
In Nederland en België spreken we officieel één taal. Toch bestaan er voor iedereen constateerbare verschillen. Zo hebben de Belgen het over een 'protonkaart' waar de Nederlanders spreken van een 'chipknip'. En zo zeggen de Belgen dat ze nog met iemand 'een eitje te pellen hebben' waar de Nederlanders nog 'een appeltje te schillen hebben'. Dus hoewel ze allebei Nederlands spreken, gebruiken Belgen en Nederlanders regelmatig net andere woorden en uitdrukkingen.
In de bestaande woordenboeken is die nationale variatie in het Nederlands tot nu toe vrij eenzijdig in beeld gebracht. Er wordt wel aangegeven welke woorden en uitdrukkingen alleen door Belgen worden gebruikt, maar je kunt er niet in vinden welke woorden alleen door Nederlanders worden gebruikt. Zo staat bij 'nieuwkuis' wel dat het een Belgisch-Nederlands woord is, maar dat 'stomerij' voornamelijk in Nederland wordt gebruikt, blijft onvermeld.
Een primeur in de Nederlandse lexicografie
De nieuwe editie van het Prisma Handwoordenboek Nederlands brengt daar verandering in. Daarin wordt niet alleen aangegeven welke woorden en uitdrukkingen alleen of vooral in België worden gebruikt (ca. 3.500), maar ook welke alleen of vooral in Nederland worden gebruikt (ca. 4.500). In dit woordenboek kun je dus de verklaring vinden waarom Belgen vreemd opkijken als je 'uit de school klapt', want Belgen klappen niet uit de school, maar 'uit de biecht'. En waar Nederlanders 'geld als water verdienen', verdienen Belgen 'geld als slijk', waar Nederlanders 'oude koeien uit de sloot halen', halen Belgen die oude koeien 'uit de gracht', waar iets in Nederland 'je van het' is, is dat in België 'het van het' en waar Nederlanders varkensrib verwachten als ze in België 'karbonade' bestellen, krijgen ze gestoofde runderlappen op hun bord.
Sommige in Nederland gangbare woorden en uitdrukkingen komen in België niet voor (zoals aanleunwoning, gribus, steggelen en van haver tot gort) en omgekeerd hebben sommige in België gangbare woorden en uitdrukkingen geen tegenhanger in het Nederlands (zoals waterkans, bedrijfsrevisor, papierslag en kerststronk).
Daarnaast worden er in België woorden en uitdrukkingen gebruikt die weliswaar typisch Belgisch-Nederlands zijn (zoals oudercontact, rondpunt, weg en weer), maar die een tegenhanger hebben die in Nederland gebruikelijk is én die eveneens in België voorkomt (ouderavond, rotonde, heen en weer).
Al die kleine en grotere verschillen die inzicht geven in de nationale variatie in het Nederlands, zijn op genuanceerde wijze zichtbaar gemaakt in de nieuwe editie van het Prisma Handwoordenboek Nederlands. Daarmee is dit het enige woordenboek dat volledig recht doet aan de actuele taalsituatie in Nederland en België.
In samenwerking met twee Belgische experts
Dit unieke woordenboek is tot stand gekomen door nauwe samenwerking van de Prisma-redactie met prof. dr. W. Martin en prof. dr. W. Smedts. Professor Martin doceerde als Vlaming twintig jaar lang lexicologie aan de VU in Amsterdam, professor Smedts (K.U. Leuven) is een erkend expert op het gebied van de Nederlandse taalbeheersing. Beide hoogleraren zijn dan ook autoriteiten op het gebied van de lexicologie, het Belgisch-Nederlands en het Nederlands-Nederlands. Zij hebben o.a. voor de Nederlandse Taalunie een voortrekkersrol gespeeld bij de totstandkoming van het Referentiebestand Belgisch-Nederlands. Dankzij hun inbreng is nu een woordenboek tot stand gekomen waarin het Belgisch-Nederla nds en het Nederlands-Nederlands gelijkwaardig worden behandeld.
Daarnaast heeft het Prisma Handwoordenboek Nederlands nog veel meer te bieden:
. duidelijke en genuanceerde uitleg van de betekenissen van 70.000 trefwoorden
. 35.000 voorbeeldzinnen, uitdrukkingen, zegswijzen en spreekwoorden
. informatie over afbreekwijze, uitspraak, herkomst, meervoudsvorm en vervoeging
. betekenisverklaringen op niveau B2/C1 van het Europees referentiekader
Reacties op het Prisma Handwoordenboek Nederlands
"In de landen die in de Taalunie samenwerken, Nederland, België en Suriname, wordt niet precies hetzelfde Nederlands gesproken. Traditioneel komt in woordenboeken en grammatica's vooral het Nederlands zoals dat in Nederland wordt gesproken en geschreven aan bod. De Taalunie streeft ernaar dat de verschillende varianten in de drie landen op gelijkwaardige wijze in naslagwerken worden opgenomen. [...]. Een woordenboek dat niet alleen de woorden en uitdrukkingen markeert die specifiek zijn voor het Nederlands in België, maar ook de woorden en uitdrukkingen die alleen of voornamelijk in Nederland worden gebruikt, is in dat opzicht alvast een goed begin."
Linde van den Bosch, algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie
"Voor het eerst is nu op basis van gelijkwaardigheid en gemeenschappelijkheid een woordenboek voor het hele aaneensluitende taalgebied gemaakt. Dat houdt in dat behalve het gezamenlijke algemene Nederlands ook het Belgische en het Nederlandse Nederlands zijn opgenomen. Dat maakt dit woordenboek heel bijzonder. [...] Met de inbreng van kenners van deze materie, de hoogleraren W. Martin en W. Smedts, is een stap voorwaarts gezet: een woordenboek dat een middelgroot taalgebied als het onze in de volle breedte tussen zijn kaften weet te houden. [...] Ik mag de redactie van dit woordenboek en Uitgeverij Het Spectrum alvast feliciteren met dit grensverleggende en grensopheffende woordenboek."
Dr. Els Ruijsendaal, BeNeLux-Universitair Centrum en oud-hoofdredacteur Neerlandia
"Een woordenboek dat de nationale variatie vanuit Nederlands én Belgisch perspectief beschrijft, verdient alle lof. De rijke schakeringen van onze woordenschat worden op die manier evenwichtiger en preciezer weergegeven. Als je het Nederlands als vreemde taal leert, kom je zo te weten dat je in België en Nederland iets 'erg leuk' kunt vinden, maar ook dat je in België niet zo gemakkelijk iets 'hartstikke leuk' zult vinden."
Dirk Caluwé, teamhoofd Taaladvies bij de Vlaamse overheid